Titel: Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie
Aard document: Besluit Vlaamse Regering
Datum document: 03/06/2005
Datum publicatie BS: 22/09/2005
Download Worddocument

Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie

HOOFDSTUK I Definities

Artikel 1. (... - ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:







1° de bijzondere wet: de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;







2° het kaderdecreet: het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;







3° beleidsdomein: een homogeen beleidsdomein zoals bedoeld in artikel 2 van het kaderdecreet, bestaande uit een verzameling van beleidsvelden die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen;







4° beleidsveld: een verzameling van beleidsitems die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen;







5° Vlaamse administratie: het geheel van de Vlaamse ministeries en agentschappen;







6° Vlaams ministerie: een Vlaams ministerie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het kaderdecreet, bestaande uit een departement en eventueel de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid van het beleidsdomein;







7° departement: het onderdeel van een Vlaams ministerie dat, onder het rechtstreekse gezag en de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de bevoegde minister, belast is met de taken die nader omschreven worden in artikel 30;







8° agentschap: een verzelfstandigd agentschap als bedoeld in artikel 4, § 2, van het kaderdecreet;







9° project: een geheel van activiteiten dat in een tijdelijk samenwerkingsverband wordt uitgevoerd door meerdere specialisten of specialistische groepen, en dat gericht is op een duidelijk gespecificeerd resultaat.

HOOFDSTUK II Vaststelling van de beleidsdomeinen

Artikel 2. (01/04/2017- ...)

De beleidsdomeinen, op basis waarvan de Vlaamse administratie wordt gestructureerd, zijn de volgende:



1° Kanselarij en Bestuur;



2° ...;



3° financiën en begroting;



4° internationaal Vlaanderen;



5° economie, wetenschap en innovatie;



6° onderwijs en vorming;



7° welzijn, volksgezondheid en gezin;



8° cultuur, jeugd, sport en media;



9° werk en sociale economie;



10° landbouw en visserij;



11° ...



12° mobiliteit en openbare werken;



13° omgeving.

Artikel 3. (01/01/2016- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° het algemeen regeringsbeleid, met inbegrip van:



a) de algemene leiding van relaties met andere overheden;



b) het beleid op regeringsniveau voor maatschappelijk gerichte beleidsinitiatieven of organisatiegerichte items die beleidsdomeinen overstijgen. Het betreft:



1) de publiek-private samenwerking;



2) de coördinatie van het beleid met betrekking tot Brussel-Hoofdstad;



3) de coördinatie van het beleid met betrekking tot de Vlaamse Rand rond Brussel;



4) de toekomstvisie voor Vlaanderen;



5) de duurzame ontwikkeling;



6) de planning en de statistiek;



7) de werking van de Vlaamse Regering;



8) de staatshervorming en de institutionele aangelegenheden;



9) het gebruik van de talen in de Vlaamse administratie;



10) de gewestelijke aspecten inzake de overheidsopdrachten en de erkenning van aannemers;



11) het reguleringsmanagement;



12) de modaliteiten voor onteigening ten algemenen nutte, vermeld in artikel 79, § 1, van de bijzondere wet;



13) het algemeen communicatiebeleid, zowel intern als extern;



14) de audit van de lokale besturen en de Vlaamse administratie;



15) het bouwmeesterschap;



c) het justitieel beleid:



1) de deelname aan het algemeen beleid inzake strafrecht, vermeld in artikel 11bis van de bijzondere wet;



2) de ondersteuning van de dienst van de bestuursrechtscolleges;



d) de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade, veroorzaakt door algemene rampen, vermeld in artikel 6, § 1, II, 5°, van de bijzondere wet;



2° de bestuurszaken:



a) het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, inclusief het interne diversiteitsbeleid inzake personeel;



b) het algemeen beleid inzake de facilitaire dienstverlening en het vastgoedbeheer in de Vlaamse administratie;



c) het algemeen beleid inzake informatie- en communicatietechnologie in de Vlaamse administratie;



d) de binnenlandse aangelegenheden, vermeld in artikel 6, § 1, VIII, en artikel 7 van de bijzondere wet, met inbegrip van het stedenbeleid, alsook de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en het gebruik van de talen in de lokale besturen;



e) het e-government;



f) de informatiemaatschappij, het structureren, opslaan, uitwisselen en ontsluiten van informatie, en de infolijn;



g) de uitbouw van een geografische-informatie-infrastructuur;



3° het gelijkekansen- en integratiebeleid:



a) het gelijkekansenbeleid, gericht op de genderproblematiek, de holebi's en de thema's toegankelijkheid en handicap;



b) het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de bijzondere wet;







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° ondersteuning Vlaamse Regering;



2° ondersteuning organisatiegerichte en beleidsdomeinoverschrijdende thema's;



3° gelijke kansen;



4° coördinatie Brussel;



5° coördinatie Vlaamse Rand;



6° audit;



7° rampenschade;



8° informatiemanagement



9° facilitaire dienstverlening en vastgoed;



10° ICT;



11° binnenland;



12° stedenbeleid;



13° integratie en inburgering;



14° personeel en organisatie.

Artikel 4. (01/04/2015- ...)

...

Artikel 5. (01/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein financiën en begroting heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° de financiën en de begrotingen, met inbegrip van:



a) het kas-, schuld- en waarborgbeheer;



b) het vermogensbeheer;



c) de algemene boekhouding;



2° de fiscaliteit;



3° de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid, met inbegrip van de oprichting en het beheer van openbare kredietinstellingen, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 2°, van de bijzondere wet;



4° de authentificering van handelingen met een onroerend karakter, vermeld in artikel 6quinquies van de bijzondere wet.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° fiscaliteit;



2° financieel beheer, controle en risicomanagement;



3° budgettair beleid.

Artikel 6. (30/01/2016- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° de internationale diplomatieke vertegenwoordiging van Vlaanderen;



2° het buitenlandse beleid en de Europese aangelegenheden, met inbegrip van:



a) de algemene leiding van de relaties van Vlaanderen met buitenlandse overheden, de Europese Unie en internationale organisaties;



b) de coördinatie en coherentiebewaking van het internationale en Europese optreden van Vlaanderen;



c) het verdedigen van de Vlaamse standpunten over horizontale beleidsthema's op internationale en Europese fora;



d) de algemene rapportering over het Vlaamse beleid aan internationale instanties;



e)de institutionele aspecten van de Europese Unie;



f)het Europese gemeenschappelijke handelsbeleid;



g)het Europese meerjarig financieel kader (MFK) en het Europese cohesiebeleid;



h) het Europese semester en de Europa 2020-strategie, in samenwerking met het beleidsdomein Financiën en Begroting en het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur;



i) het sluiten en goedkeuren van verdragen, vermeld in artikel 16, § 1 en § 2, en 81, § 1, van de bijzondere wet en in het samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994 tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten over de nadere regelen voor het sluiten van gemengde verdragen;



j) de coördinatie van de omzetting van Europese regelgeving en van de maatregelen in het kader van inbreukprocedures;



3° de ontwikkelingssamenwerking, met inbegrip van draagvlakversterking in Vlaanderen, en de humanitaire hulp;



4° het afzet- en uitvoerbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet, met uitzondering van het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten, maar met inbegrip van het verkennen van buitenlandse markten voor de afzet en uitvoer van die producten;



5° het aantrekken van buitenlandse investeringen;



6° de vertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest in federale instellingen en organen voor het verstrekken van waarborgen tegen uitvoer-, invoer- en investeringsrisico's, en in het Agentschap voor Buitenlandse Handel;



7° de controle op de handel in strategische goederen, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 4°, van de bijzondere wet;



8° het toerisme, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 9°, van de bijzondere wet, met inbegrip van de vestigingsvoorwaarden, en de aangelegenheden, vermeld in artikel 4bis en 6sexies van de bijzondere wet, en met inbegrip van vrijetijdsbesteding in het kader van toerisme;



9° het protocol.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden:



1° buitenlandse en Europese aangelegenheden;



2° ontwikkelingssamenwerking;



3° internationaal ondernemen;



4° toerisme.

Artikel 7. (01/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° de economie:



a) het economisch beleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 1°, van de bijzondere wet, met inbegrip van het economisch overheidsinstrumentarium en de begeleiding en advisering van economische actoren maar met uitzondering van de gewestelijke aspecten inzake de overheidsopdrachten en de erkenning van aannemers;



b) de verkrijging, aanleg en uitrusting van gronden voor industrie, ambachtswezen en diensten, of van andere onthaalinfrastructuren voor investeerders, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 3°, van de bijzondere wet;



c) de vestigingsvoorwaarden, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 6°, van de bijzondere wet met uitzondering van deze inzake toerisme en inzake mobiliteit en logistiek;



d) de specifieke regels betreffende de handelshuur, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 7°, van de bijzondere wet;



e) de activiteiten van het Participatiefonds, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 8°, van de bijzondere wet;



f) het algemene prijsbeleid;



2° het wetenschapsbeleid:



a) de aanmoediging van de vorming van navorsers, vermeld in artikel 4, 2°, van de bijzondere wet;



b) het wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van het onderzoek ter uitvoering van internationale of supranationale overeenkomsten of akten, vermeld in artikel 6bis, § 1, van de bijzondere wet;



3° het technologisch innovatiebeleid.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° economie;



2° wetenschappelijk onderzoek;



3° innovatie;



4° wetenschapscommunicatie.

Artikel 8. (25/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein onderwijs en vorming heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° het onderwijs, vermeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, van de Grondwet;



2° het gebruik van de talen voor het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen, vermeld in artikel 129, § 1, 2°, van de Grondwet;



3° de voorschoolse vorming in de peutertuinen, vermeld in artikel 4, 11°, van de bijzondere wet;



4° de post- en parascolaire vorming, vermeld in artikel 4, 12°, van de bijzondere wet;



5° de sociale promotie, vermeld in artikel 4, 15°, van de bijzondere wet;



6° de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;



7° het volwassenenonderwijs;



8° de structurele financiering van het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten en de hogescholen;



9° de studiefinanciering;



10° de leerlingenbegeleiding met inbegrip van het medisch schooltoezicht;



11° de coördinatie van het vormingsbeleid;



12° de stelsels van alternerend leren, met behoud van de toepassing van artikel 11, § 1, 2°, c).







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° kleuter- en leerplichtonderwijs;



2° hoger onderwijs;



3° deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs;



4° ondersteuning van het onderwijsveld;



5° beleidsthema's onderwijs.

Artikel 9. (01/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein welzijn, volksgezondheid en gezin heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° de bijstand aan personen, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet:



a) het gezinsbeleid, met inbegrip van alle vormen van hulp en bijstand aan gezinnen en kinderen;



b) het beleid inzake maatschappelijk welzijn, met inbegrip van:



1) de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;



2) het algemeen welzijnswerk;



3) de samenlevingsopbouw;



c) het doelgroepenbeleid, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen:



1) het beleid inzake mindervaliden, met uitzondering van de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden, en met uitzondering van het vervoer van mindervaliden;



2) de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reïntegratie;



3) de zorgverzekering;



4) het beleid inzake kansarmoede;



d) het bejaardenbeleid;



e) de jeugdbescherming, met inbegrip van de sociale bescherming en de gerechtelijke bescherming;



f) de juridische eerstelijnsbijstand;



2° het gezondheidsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet, met inbegrip van de prijsbepaling in de oudereninstellingen en met uitzondering van het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening;



3° de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet;



4° de organisatie, de werking en de opdrachten van de justitiehuizen en van de dienst die de uitwerking en de opvolging van het elektronische toezicht verzekert, vermeld in artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° welzijnszorg;



2° gezondheids- en ouderenzorg;



3° jongeren;



4° kinderen;



5° personen met een beperking;



6° sociale bescherming;



7° zorginfrastructuur.

Artikel 10. (25/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein cultuur, jeugd, sport en media heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° de culturele aangelegenheden, vermeld in artikel 4, 1°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8°, 10°, 13° en 14°, van de bijzondere wet:



a) de bescherming en de luister van de taal;



b) de schone kunsten;



c) het cultureel patrimonium, de musea en de andere wetenschappelijk-culturele instellingen, met uitzondering van de monumenten en landschappen en met uitzondering van het archeologisch patrimonium en het varend erfgoed;



d) de bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten;



e) het jeugdbeleid;



f) de permanente opvoeding en de culturele animatie;



g) de vrijetijdsbesteding;



h) de artistieke vorming;



i) de intellectuele, morele en sociale vorming;



2° de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, vermeld in artikel 4, 9°, van de bijzondere wet, alsook de medisch verantwoorde sportbeoefening;



3° het mediabeleid, met inbegrip van de inhoudelijke en technische aspecten van de audiovisuele en de auditieve mediadiensten en de hulp aan de geschreven pers, vermeld in artikel 4, 6° en 6°bis, van de bijzondere wet met inbegrip van de media-innovatie, het digitaal actieplan Vlaanderen en het prijsbeleid inzake teledistributie.



4° de coördinatie van het kinderrechtenbeleid;



5° de filmkeuring met het oog op de toegang van minderjarigen tot bioscoopzalen, vermeld in artikel 5, § 1, V, van de bijzondere wet.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° professionele kunsten en cultureel erfgoed;



2° transversaal beleid cultuur, jeugd, sport en media;



3° jeugdbeleid;



4° sociaal cultureel volwassenenwerk;



5° media;



6° sport.

Artikel 11. (25/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein werk en sociale economie heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° het tewerkstellingsbeleid en de dienstencheques, vermeld in artikel 6, § 1, IX, van de bijzondere wet, met inbegrip van het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden;



2° de professionele vorming



a) de beroepsomscholing en -bijscholing, vermeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet, met inbegrip van de middenstands- en ondernemersopleiding, maar met uitzondering van de land- en tuinbouwvorming en van de leertijd;



b) de beroepsopleiding, de omscholing en de herscholing van mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet;



c) de stelsels van alternerend leren, met behoud van de toepassing van artikel 8, § 1, 12° );



3° de sociale economie;



4° het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel, alsmede de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van ondernemingen, vermeld in artikel 129, § 1, 3°, van de Grondwet.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden:



1° werkgelegenheid;



2° professionele vorming;



3° sociale economie.

Artikel 12. (01/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein landbouw en visserij heeft betrekking op:



1° de landbouw, vermeld in artikel 6, § 1, V, van de bijzondere wet:



a) het landbouwbeleid en de zeevisserij;



b) de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade, veroorzaakt door landbouwrampen;



c) de specifieke regels betreffende de pacht en de veepacht;



2° de land- en tuinbouwvorming in het kader van beroepsomscholing en -bijscholing, vermeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet;



3° het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten, met uitzondering van het verkennen van buitenlandse markten voor de afzet en uitvoer van die producten, maar met inbegrip van de toekenning van kwaliteitslabels en oorsprongsbenamingen van regionale of lokale aard.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° landbouw en zeevisserij;



2° promotie landbouw, tuinbouw en zeevisserij;



3° landbouw- en visserijonderzoek.

Artikel 13. (01/04/2017- ...)

...

Artikel 14. (01/07/2014- ...)

§ 1. Het beleidsdomein mobiliteit en openbare werken heeft betrekking op de volgende aangelegenheden :



1° het mobiliteitsbeleid en de openbare werken en het vervoer, vermeld in artikel 6, § 1, X, van de bijzondere wet :



a) de wegen en hun aanhorigheden;



b) de waterwegen en hun aanhorigheden;



c) het juridische stelsel van de land- en waterwegen;



d) de havens en hun aanhorigheden;



e) de zeewering;



f) de dijken;



g) de veerdiensten;



h) de uitrusting en de uitbating van de luchthavens en de openbare vliegvelden;



i) het gemeenschappelijke stads- en streekvervoer, met inbegrip van de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het taxivervoer en het verhuren van auto's met chauffeur, met inbegrip van het prijsbeleid;



j) de loodsdiensten en de bebakeningsdiensten van en naar de havens, alsook de reddings- en sleepdiensten op zee;



k) de regels van politie over het verkeer op waterwegen;



l) de regels met betrekking tot de bemanningsvoorschriften inzake de binnenvaart en de regels inzake de veiligheid van binnenschepen en binnenschepen die ook voor niet-internationale reizen op zee worden gebruikt;



m) de minimale technische veiligheidsnormen inzake het bouwen en onderhouden van wegen en hun aanhorigheden, en van waterwegen en hun aanhorigheden;



n) de reglementering inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer over de weg;



o) de bijkomende financiering voor investeringen in de aanleg, aanpassing of modernisering van de spoorlijnen;



p) de vestigingsvoorwaarden met betrekking tot mobiliteit en logistiek.



2° het vervoer van mindervaliden;



3° het verkeersveiligheidsbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, XII, van de bijzondere wet.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden :



1° gemeenschappelijk vervoer;



2° waterinfrastructuur en zeewezen;



3° weginfrastructuur en wegverkeer;



4° regionale luchthavens;



5° verkeersbeleid.

Artikel 15. (01/04/2017- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Omgeving heeft betrekking op de volgende aangelegenheden:



1° de ruimtelijke ordening, vermeld in artikel 6, § 1, I, 1°, 2°, 4°, 5°, 6° en 7°, van de bijzondere wet:



a) de stedenbouw en de ruimtelijke ordening;



b) de rooiplannen van de gemeentewegen;



c) de stadsvernieuwing;



d) de vernieuwing van afgedankte bedrijfsruimten;



e) het grondbeleid;



f) de monumenten en de landschappen, alsook het archeologisch patrimonium en het varend erfgoed;



2° de huisvesting, vermeld in artikel 6, § 1, IV, van de bijzondere wet;



3° het leefmilieu en het waterbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, II, 1° tot en met 4°, van de bijzondere wet, met inbegrip van het innen en invorderen van milieuheffingen:



a) de bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting, alsook de strijd tegen de geluidshinder;



b) het afvalstoffenbeleid alsook het duurzaam beheer van materiaalkringlopen;



c) de politie van de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven;



d) de waterproductie en watervoorziening, met inbegrip van de technische reglementering inzake de kwaliteit van het drinkwater, de zuivering van het afvalwater en de riolering, alsook de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid en het prijsbeleid;



4° de landinrichting en het natuurbehoud, vermeld in artikel 6, § 1, III, van de bijzondere wet:



a) de ruilverkaveling van landeigendommen en de landinrichting;



b) de natuurbescherming en het natuurbehoud;



c) de groengebieden, parkgebieden en groene ruimten;



d) de bossen;



e) de jacht en de vogelvangst;



f) de visvangst;



g) de visteelt;



h) de landbouwhydraulica en de onbevaarbare waterlopen, met inbegrip van de bermen ervan;



i) de ontwatering;



j) de polders en wateringen;



5° het plattelandsbeleid;



6° het energiebeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VII, van de bijzondere wet;



7° de natuurlijke rijkdommen, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 5°, van de bijzondere wet;



8° het dierenwelzijn, vermeld in artikel 6, § 1, XI, van de bijzondere wet.







§ 2. Dit beleidsdomein omvat de volgende beleidsvelden:



1° ruimtelijke ordening;



2° woonbeleid;



3° beheer en bescherming onroerend erfgoed;



4° milieu en natuur;



5° energie;



6° dierenwelzijn.

Artikel 16. (... - ...)

De aangelegenheden die krachtens artikel 3 tot en met 15 zijn toegewezen aan de verschillende beleidsdomeinen, omvatten eveneens de middelen en instrumenten waarmee deze aangelegenheden binnen ieder beleidsdomein effectief gerealiseerd kunnen worden, ondermeer wat betreft:



1° de relaties en de samenwerking met derden;



2° internationale en Europese initiatieven;



3° de wetenschappelijke onderzoeksprojecten en wetenschappelijke studies;



4° het specifiek administratief toezicht;



5° het specifiek beleid inzake personeel, organisatieontwikkeling, facilitaire dienstverlening, middelenbeheer, vastgoedbeheer en informatie- en communicatietechnologie;



6° de interne en externe communicatie.







De beleidsdomeinen oefenen hun bevoegdheden evenwel uit met inachtneming van het algemene kader dat door de regering is vastgesteld. Onder algemeen kader wordt verstaan: regelgeving, afspraken, richtlijnen, standaarden of normen die organisatiebreed gelden.

HOOFDSTUK III [Oprichting van de Vlaamse ministeries en departementen en indeling van de agentschappen en strategische adviesraden per beleidsdomein (verv. BVR 24 april 2009, art. 1, I: 12 juni 2009)]

Artikel 17. (01/01/2016- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

§ 1. Voor het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur wordt het Vlaams ministerie met de naam "Kanselarij en Bestuur" opgericht, dat bestaat uit het departement "Kanselarij en Bestuur", het departement "Informatie Vlaanderen", de Dienst van de Bestuursrechtscolleges en vijf agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid:



1° Audit Vlaanderen.



2° Agentschap Overheidspersoneel;



3° Agentschap Facilitair Bedrijf;



4° Agentschap Binnenlands Bestuur.



5° agentschap Informatie Vlaanderen.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur behoren, zijn :



1° ...;



2° de Rand;



3° Muntpunt;



4° Toegankelijk Vlaanderen;



5° ...



6° Vlaamse Vereniging voor ICT-personeel (Vlaanderen connect.);



7° Agentschap Integratie en Inburgering.







§ 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur behoort, is de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, onverminderd de opdrachten van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen als strategische adviesraad voor andere beleidsdomeinen en beleidsvelden.

Artikel 18. (01/04/2015- ...)

...

Artikel 19. (01/02/2014- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Financiën en Begroting wordt het Vlaams Ministerie van Financiën en Begroting opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en een agentschap zonder rechtspersoonlijkheid : Vlaamse Belastingdienst.







§ 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Financiën en Begroting behoort, is het Vlaams Toekomstfonds.

Artikel 20. (01/01/2017- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen wordt het Vlaams Ministerie van Buitenlandse Zaken opgericht, dat bestaat uit het Departement Buitenlandse Zaken.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen behoren zijn :



1° het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen;



2° Toerisme Vlaanderen.

Artikel 21. (01/01/2016- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie wordt het Vlaams ministerie van Economie, Wetenschap en Innovatie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Innoveren en Ondernemen.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie behoren, zijn :



1° Participatiemaatschappij Vlaanderen;



2° Limburgse Reconversiemaatschappij;



3° Vlaamse Participatiemaatschappij;



3° bis Vlaams Energiebedrijf;



4° Herculesstichting;



5° ...;



6° Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen;



7° Agentschap Plantentuin Meise.







§ 3.De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie behoort voor wat het gedeelte wetenschap en innovatie betreft, is de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie.

Artikel 22. (01/07/2015- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement, de Onderwijsinspectie en de volgende twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid:



1° Agentschap voor Onderwijsdiensten;



2° Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen.







§ 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming behoort, is het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs.







§ 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming behoort, is de Vlaamse Onderwijsraad.

Artikel 23. (01/01/2017- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en drie agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid :



1° Zorg en Gezondheid;



2° Jongerenwelzijn;



3° Zorginspectie.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoren, zijn :



1° Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel;



2° Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem;



3° Kind en Gezin;



4° Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;



5° het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming;



6° Fonds Jongerenwelzijn;



7° Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.







§ 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoort, is de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid.

Artikel 24. (01/01/2017- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media wordt het Vlaams Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media opgericht, dat bestaat uit het Departement Cultuur, Jeugd en Media.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media behoren, zijn :



1° Sport Vlaanderen;



2° Vlaamse Regulator voor de Media.







§ 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media behoort, is de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media.







§ 4. Met toepassing van artikel 4, § 1, tweede lid, van het kaderdecreet is Sport Vlaanderen, vermeld in paragraaf 2, 1°, belast met de beleidsondersteunende taken voor het beleidsveld sport, vermeld in artikel 10, § 2, 6°, van dit besluit.







De taken die conform artikel 30 aan de departementen worden toevertrouwd, behoren, met uitzondering van het secretariaat van de beleidsraad, vermeld in artikel 30, § 2, eerste lid, 1°, d), tot het takenpakket van Sport Vlaanderen wat het beleidsveld sport betreft.

Artikel 25. (01/06/2014- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Werk en Sociale Economie wordt het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie behoren, zijn :



1° Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;



2° Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;



3° ESF-Agentschap

Artikel 26. (01/01/2015- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Landbouw en Visserij wordt het Vlaams ministerie van Landbouw en Visserij opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek.







§ 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Landbouw en Visserij behoort, is het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing.







§ 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Landbouw en Visserij behoort, is de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij.

Artikel 27. (01/04/2017- ...)

...

Artikel 28. (06/06/2014- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken wordt het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid :



1° Agentschap Wegen en Verkeer;



2° Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken behoren, zijn :



1° Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn;



2° De Scheepvaart;



3° Waterwegen en Zeekanaal;



4° ...;



5° Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Oostende-Brugge;



6° Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem;



7° Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Antwerpen;



8° Vlaamse Havens.







§ 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken behoort, is de Mobiliteitsraad van Vlaanderen.

Artikel 29. (01/04/2017- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Omgeving wordt het Vlaams Ministerie van Omgeving opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en vijf agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid:



1° Wonen-Vlaanderen;



2° Onroerend Erfgoed;



3° Vlaams Energieagentschap;



4° Agentschap voor Natuur en Bos;



5° Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.







§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Omgeving behoren, zijn:



1° Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;



2° Vlaamse Milieumaatschappij;



3° Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;



4° Vlaamse Landmaatschappij;



5° Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt.







§ 3. De strategische adviesraden die tot het beleidsdomein Omgeving behoren, zijn:



1° Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;



2° Vlaamse Woonraad bij het agentschap Wonen-Vlaanderen;



3° Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.







§ 4. Met toepassing van artikel 4, § 1, tweede lid, van het kaderdecreet is het agentschap Wonen-Vlaanderen, vermeld in paragraaf 1, 1°, belast met de beleidsondersteunende taken voor het beleidsveld woonbeleid, vermeld in artikel 15, § 2, 2°, en is het agentschap Onroerend Erfgoed, vermeld in paragraaf 1, 2°, belast met de beleidsondersteunende taken voor het beleidsveld beheer en bescherming onroerend erfgoed, vermeld in artikel 15, § 2, 3°.







De taken die overeenkomstig artikel 30 aan de departementen worden toevertrouwd, behoren, met uitzondering van het secretariaat van de beleidsraad, vermeld in artikel 30, § 2, 1°, d), tot het takenpakket van Wonen-Vlaanderen wat het beleidsveld woonbeleid betreft en tot het takenpakket van Onroerend Erfgoed wat het beleidsveld beheer en bescherming onroerend erfgoed betreft.

HOOFDSTUK IV Taakstelling van de departementen, agentschappen en wisselwerking tussen departementen en agentschappen

Artikel 30. (... - ...)

§ 1. De departementen die overeenkomstig artikel 4, § 1, van het kaderdecreet belast zijn met de beleidsondersteunende taken, hebben tot taak de minister te ondersteunen:







1° bij het uitwerken van diens beleid: daartoe heeft het departement een beleidsvoorbereidende en een beleidsevaluerende opdracht;







2° bij de aansturing en de opvolging van de beleidsuitvoering, die in de regel toevertrouwd wordt aan agentschappen.







Om deze taken te vervullen, zorgt het departement op het niveau van het beleidsdomein en het departement voor:







1° de organisatie van de beheerscontrole;







2° kennisbeheer en managementinformatiesysteem;







3° de onderlinge afstemming van de beleidsondersteuning en de beleidsuitvoering.







§ 2. De volgende activiteiten ten behoeve van de minister zijn de taak van het departement;







1° op het vlak van beleidsvoorbereiding en -evaluatie:







a) het ontwikkelen van een beleidsvoorbereidend instrumentarium, met inbegrip van de permanente monitoring en het informatiemanagement van het beleidsdomein, de aansturing van het beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek, het opbouwen van netwerken binnen en buiten het beleidsdomein en op internationale fora;







b) het uitwerken van inhoudelijke voorstellen met het oog op de beleidsbepaling: de beleidsnota's, beleidsbrieven, beleidsvoorstellen, de gecoördineerde begrotingsvoorstellen, de ontwerpen van regelgeving, voorstellen met betrekking tot instrumenten, middelen, financiëringsmechanismen, periodiek benodigde beleids- en beheersinformatie, verantwoordings- en toezichtsmechanismen, adviezen en activiteiten met het oog op de beleidscoördinatie en -afstemming;







c) de evaluatie op macroniveau van de beleidsuitvoering (ingezette instrumenten, effecten, enz.) met het oog op eventuele bijsturing van het beleid of bijsturing van de aansturing van agentschappen;







d) het secretariaat van de beleidsraad en de beleidsmatige informatie en communicatie van het beleidsdomein;







2° op het vlak van de aansturing en de opvolging van de beleidsuitvoering:







a) de omzetting van de strategische doelstellingen uit het regeerakkoord, de beleidsnota's en de jaarlijkse beleidsbrieven in operationele doelstellingen op het niveau van het beleidsdomein of van de beleidsvelden die behoren tot het beleidsdomein







b) de voorbereiding van beheersovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten met de verzelfstandigde agentschappen en het verlenen van advies bij de onderhandelingen daarover







c) de opvolging en monitoring van de beleidsuitvoering.







Zoals bepaald in paragraaf 4 worden de verzelfstandigde agentschappen betrokken bij deze activiteiten van beleidsvoorbereiding en aansturing en opvolging van de beleidsuitvoering.







§ 3. Overeenkomstig artikel 4, § 2, van het kaderdecreet zijn de taken van de agentschappen gericht op de beleidsuitvoering.







De departementen zijn overeenkomstig artikel 4, § 2, tweede lid, van het kaderdecreet ook belast met de taken van beleidsuitvoering die niet werden toevertrouwd aan een agentschap van het desbetreffende beleidsdomein.







§ 4. Beleidsondersteuning en beleidsuitvoering vereisen een optimale samenwerking. Hiertoe bouwen departementen en agentschappen een gestructureerde samenspraak en samenwerking uit, met het oog op de optimale realisatie van de beleidsdoelstellingen, en met respect voor ieders taakstelling en verantwoordelijkheid.







Deze samenwerking tussen departement en agentschappen is vereist in meerdere fasen van de beleids- en beheerscylus:







1° de agentschappen worden betrokken bij de operationele beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie. Het departement toetst de beleidsvoornemens met de betrokken agentschappen; vanuit hun taakstelling inzake beleidsuitvoering leveren de agentschappen beleidsgerichte input;







2° inzake monitoring en opvolging van de beleidsuitvoering steunt het departement ook op de periodieke informatieverstrekking en rapportering van de agentschappen.

HOOFDSTUK V Oprichting en wijze van samenstelling van de beleidsraad

Artikel 31. (... - ...)

Per homogeen beleidsdomein wordt een beleidsraad opgericht als bedoeld in artikel 3, derde lid, van het kaderdecreet.

Artikel 32. (... - ...)

De beleidsraad wordt voorgezeten door de minister(s), bevoegd voor het beleidsdomein in kwestie, eventueel bijgestaan door de kabinetschef.







De leidinggevende personeelsleden die aan het hoofd staan van het departement of van een agentschap van het beleidsdomein in kwestie maken deel uit van de beleidsraad. Daarnaast kan de minister ook andere leidinggevende personeelsleden die behoren tot het middenkader van het beleidsdomein in kwestie aanwijzen om deel uit te maken van de beleidsraad.







Naar gelang van de behoeften en de te bespreken agendapunten kan de bevoegde minister andere personeelsleden van de Vlaamse administratie uitnodigen op de vergaderingen van de beleidsraad. De beleidsraad kan externen uitnodigen om te worden gehoord met het oog op advies.

Artikel 32bis. (01/07/2006- ...)

In afwijking van artikel 32, tweede lid, maken de leidinggevende personeelsleden die aan het hoofd staan van de agentschappen, vermeld in artikel 23, § 2, 1° en 2°, geen deel uit van de beleidsraad van het beleidsdomein in kwestie.

HOOFDSTUK VI Projectwerking

Artikel 33. (... - ...)

Voor het beheer van specifieke projecten die de administratieve opdeling in onderscheiden entiteiten overstijgen kunnen tijdelijke samenwerkingsverbanden worden opgezet met een aangepaste projectorganisatie en met een eigen projectbegroting.

HOOFDSTUK VII Wijzigings- en slotbepalingen

Artikel 34. (... - ...)

(niet opgenomen)







(Wijzigt artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Studiedienst van de Vlaamse Regering")

Artikel 35. (... - ...)

(niet opgenomen)







(Wijzigt artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Interne Audit van de Vlaamse Administratie" en tot omvorming van het auditcomité van de Vlaamse Gemeenschap tot het Auditcomité van de Vlaamse Administratie)

Artikel 36. (... - ...)

(niet opgenomen)







(Wijzigt artikel 1, 2, 3, 6 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie Welzijn en Volksgezondheid)

Artikel 37. (... - ...)

(niet opgenomen)







(Wijzigt de artikelen 1 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid)

Artikel 38. (... - ...)

(niet opgenomen)







(Wijzigt de artikelen 1 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn)

Artikel 39. (... - ...)

(niet opgenomen)







(Wijzigt artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaams Energieagentschap)

Artikel 40. (... - ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.

Artikel 41. (... - ...)

De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.